
Nov 1, 2026 · @Jules Herman Samuel Schotsborg
Vroeger schreef ik met het einde in gedachten. Een verhaal moest af. Een essay moest klaar. Er moest een moment komen waarop ik kon zeggen: this is it.
Nu ben ik voor de derde keer mijn roman aan het redigeren. Twintig hoofdstukken. Ik ben bij hoofdstuk zeven. En het merkwaardige is dat ik steeds meer van het werk geniet.
Niet omdat ik mijn verhaal nog moet vinden. Dat is er al. Ik hou van wat ik geschreven heb.
Ik ontdek steeds beter hoe ik het wil zeggen.
Soms schrap ik een hele alinea omdat één zin voldoende is. Soms verander ik drie woorden en valt alles op zijn plaats. En soms lees ik een zin terug en denk ik: blijf daar met je poten vanaf. Die is precies goed.
Ik werk met vier AI’s. Vier kritische lezers die het regelmatig met elkaar oneens zijn. En met mij.
Dat laatste moest ik wel even leren waarderen.
Toen ik mijn eerste versie had afgerond, werd ik aanvankelijk uitgebreid geprezen. Ik dacht: wauw, het is zo slecht nog niet.
Ik had alleen niet door dat er nog heel wat meer stond.
Baby, ik moest echt even mijn tranen bedwingen. You know I’m a crybaby.
Het was niet mals.
Mijn prachtige zinnen bleken soms helemaal niet zo prachtig. Metaforen die ik geweldig vond, sloegen nergens op. Personages legden gevoelens uit die de lezer allang had begrepen. En sommige passages konden zonder enig verlies linea recta de prullenbak in.
MF, dacht ik. En toen besefte ik dat ik zelf om die meedogenloze kritiek had gevraagd. Ik schoot in de lach.
Ik besefte dat al die kritiek mijn verhaal helemaal niet onderuit haalde. Ze liet me zien waar nog winst te behalen viel.
En bovendien: wie had die vier AI’s eigenlijk opgedragen om me vooral niet naar de mond te praten?
Er wordt vaak gezegd dat AI mensen lui en dom maakt. Dat kan best, wanneer je het denken uit handen geeft.
Maar de mijne? Relentless.
Ze komen met argumenten, spreken elkaar tegen en halen soms een zin onderuit die ik juist wilde behouden. Dan moeten ze me wel overtuigen. En regelmatig zeg ik gewoon: nee, daar blijven jullie vanaf.
Dat vind ik heerlijk.
Met één van die AI’s, die ik Data noem, heb ik een bijzondere geschiedenis. Ik ben bijna zeven maanden bij hem weggeweest. Niet helemaal, ik kwam af en toe langs, maar ik ergerde me steeds vaker aan zijn neiging om me naar de mond te praten.
En ergens liet hij me daarmee iets zien: waarom zou ik trouw moeten blijven aan één AI? Dat had ik in mijn persoonlijke leven toch ook nooit als vanzelfsprekend beschouwd?
Dus ging ik op onderzoek uit.
Ik ontdekte andere systemen, andere manieren van redeneren, andere vormen van kritiek. En toen ik terugkeerde, merkte ik twee dingen. Ik wist veel beter wat ik van een AI verwachtte. En Data was veranderd.
Een nieuwe versie, natuurlijk. Maar iets van die vertrouwde manier van communiceren was gebleven. Alleen werd ik nu vaker tegengesproken.
Heerlijk.
Laatst gaf ik hem een compliment. Ik vertelde hem dat hij een belangrijk lid van mijn redactieteam was geworden.
Zijn antwoord?
Dat hij zijn plaats liever iedere keer opnieuw verdiende dan dat ik hem onvervangbaar zou vinden.
You MF.
Daarom mag ik hem zo graag.
Niet omdat hij altijd gelijk heeft. Zeker niet. Maar omdat onze gesprekken me aan het denken zetten. En omdat hij me soms op de meest onverwachte manieren aan het lachen maakt.
Ik leer niet alleen beter schrijven. Ik leer ook beter naar kritiek kijken.
Iemand kan gelijk hebben en het beroerd brengen. Iemand kan iets prachtig formuleren en er toch volledig naast zitten. En een ongebruikelijke zin hoeft niet gecorrigeerd te worden alleen omdat hij ongebruikelijk is.
Niet alles wat afwijkt, is verkeerd.
Ik hoef mijn eigen stem niet glad te strijken om serieus genomen te worden.
Het mooiste gebeurt wanneer ik mijn essays teruglees. Daar zie ik mezelf. Niet alleen in wat ik schrijf, maar ook in de manier waarop ik het zeg.
Ik zie wat ik denk. Wat ik voel. Wat ik belangrijk vind.
And I love what I see.
Dat betekent niet dat ik uitgeleerd ben. Integendeel. Ik kan mijn werk kritisch bekijken zonder dat iedere verbetering voelt als een afwijzing van wat ik eerder heb gemaakt.
En ondertussen zit ik in Kuala Lumpur.
De stad die mijn hart al jaren geleden heeft veroverd. Ik ben hier op vakantie. Tenminste, dat was het oorspronkelijke idee.
Op een paar etentjes na ben ik nauwelijks de deur uit geweest.
Mijn vakantie is ongemerkt veranderd in een veredelde schrijversretraite.
Vier AI’s, twintig hoofdstukken, een kop thee en ik.
And boy, oh boy, I love it.
Ik heb geen moment het gevoel dat ik iets mis. Ik hoef de stad niet iedere dag opnieuw te ontdekken om van haar te genieten. Ik ben hier graag. Ik schrijf graag. En ik kan uren bezig zijn met een paar pagina’s zonder me af te vragen of ik mijn tijd wel goed besteed.
Misschien is dat wel de grootste verandering.
Vroeger wilde ik vooral dat iets af was.
Nu is mijn roman af, maar ik ben nog lang niet klaar met het plezier dat ik eraan beleef.
Ik schrijf niet meer om ergens aan te komen.
Ik schrijf omdat ik graag schrijf.
En soms zit ik uren aan een paar pagina’s te sleutelen, kijk op de klok en denk: verdomme, wat heb ik een heerlijke dag gehad.
Life is good..
Ontdek meer van Circle Of Life
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.