De deur waarvan ik niet wist dat ze bestond

De deur waarvan ik niet wist dat ze bestond

Ik heb overal familie gevonden.
Niet altijd van bloed,
wel van mensen
die besloten dat ik bij hen hoorde.

In Suriname.
In landen waar ik woonde,
waar vreemden vrienden werden
en vrienden familie.

Maar in Jerantut
gebeurde iets
waarvoor ik nog geen woorden heb.

Afif had me gewaarschuwd.
Zijn thuis was eenvoudig, zei hij.
Misschien te eenvoudig voor mij.

Wees trots, zei ik.
Verontschuldig je nooit
voor waar je vandaan komt.

Ik stapte naar binnen.

En niets was vreemd.

Niet de stemmen,
niet de gezichten,
niet de taal die ik niet sprak.

Het was niet alsof ik thuiskwam.
Thuiskomen veronderstelt
dat je ooit bent weggegaan.

Dit voelde alsof ik
er altijd al was geweest.

Zijn moeder kookte.

Ze zette het eten voor me neer
en ging naast me zitten.
Niet om zelf te eten,
maar om te kijken
hoe ik at.

En in haar ogen
zag ik iets
wat geen vertaling nodig had.

Eet maar.
Het is voor jou.

Ik kende die blik.

Wilrene.
Mijn moeder.

Zij had mij als kind
geleerd hoe liefde eruitziet.
Niet door haar uit te leggen,
maar door haar te zijn.

En later Marlene,
mijn zus zonder hetzelfde bloed,
die al een leven lang
op haar eigen manier
die liefde met mij deelt.

Jenny,
die weer andere deuren raakt,
andere snaren laat trillen,
mij dingen laat voelen
waarvoor ik soms
nog geen naam heb.

Ieder op eigen wijze.
Ieder met iets
waarvoor ik eeuwig dankbaar ben.

Ik kende de liefde.

Dacht ik.

We lachten aan tafel.
Soms begreep ik de woorden niet,
maar de grap wel.
Een blik,
een opgetrokken wenkbrauw,
en we schaterden opnieuw.

We vertelden verhalen.
Soms met woorden,
soms met handen,
soms met de stilte
die volgt wanneer iemand
iets heeft gezegd
wat pijn doet.

En toen huilden we.

Niet één van ons.
We huilden samen.

Ik zag mijn verdriet
in de ogen van een ander,
en de ander zag
dat ik het begreep.

Er werd niets opgelost.
Niemand hoefde gered.

We zaten daar.
En dat was genoeg.

Later kwam tante Nora.
Ze wilde me ontmoeten.
Foto’s maken.
Me laten zien aan de mensen
die er niet bij waren.

Alsof ik iemand was
over wie je thuis vertelt.

Alsof ik erbij hoorde.

Ik heb in mijn leven
veel liefde gegeven.

Met open armen,
zonder veel terug te vragen.

Maar ontvangen?

Dat was iets anders.

Ergens onderweg
was ik voorzichtig geworden
met wat anderen
mij wilden geven.

Misschien uit angst.
Misschien uit gewoonte.

Ik wist het niet eens.

Tot die tafel.
Die moeder.
Die ogen.
Die handen.
Dat gezamenlijke huilen.

Er ging iets open.

Een deur waarvan ik niet wist
dat ze gesloten was.

En wat daarachter lag,
wist ik evenmin.

Ik hoefde niets te doen.
Niets te bewijzen.
Niets terug te geven.

Ik mocht ontvangen.

Zomaar.

Op de terugweg
bleef ik huilen.

Niet van verdriet.

Ik voelde me schoon.
Alsof iets wat ik jarenlang
met me had meegedragen
eindelijk mocht rusten.

Ik dacht aan Wilrene.
Aan Marlene.
Aan Jenny.
Aan al die mensen
die mij op hun eigen manier
hebben laten zien
wat liefde mag zijn.

En aan Afif,
die bang was
dat zijn thuis
niet genoeg voor mij zou zijn.

Ach, mijn broer.

Als je eens wist
wat ik daar heb gekregen.

Ik heb overal
familie gevonden.

Maar in Jerantut
ontdekte ik iets anders.

Dat liefde ontvangen
geen schuld schept.
Geen verplichting.
Geen verlies van vrijheid.

Dat ik mijn armen
niet altijd hoef uit te strekken
om iemand vast te houden.

Soms mag ik
ze gewoon openen.

En iemand
naar binnen laten.

De deur was niet op slot.
Ik wist alleen niet
dat ze dicht was.


Ontdek meer van Circle Of Life

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

1 reactie op “De deur waarvan ik niet wist dat ze bestond”

  1. Prachtige emotie van een super gevoelsmens die je bent. Dank voor het delen en laat de liefde maar binnenstromen. Many happy days to you!🤗🤗🤗❤️❤️❤️

Geef een reactie